Dromen mag

De vermarkting van het sociaal werk en het verzet daartegen – door de ogen van een studente sociaal werk.

In het voorjaar van 2016 raakte bekend dat Fons Duchateau, voorzitter van de Antwerpse OCMW-raad (N-VA), daklozencentrum De Vaart op de markt zou brengen. Dat betekent dat zowel non-profit- als profitbedrijven zich kandidaat konden stellen voor uitbating. Het sociaal werkveld protesteert: kan kwaliteitsvolle zorg voor mensen gegarandeerd worden door een bedrijf dat uit is op winst?

In december schorste Antwerps gouverneur Cathy Berx de overname van De Vaart door G4S, wegens procedurefouten. Fons Duchateau verklaarde dat hij zijn visie in de toekomst wel nog in de praktijk gangbaar wil maken. Ook andere organisaties lopen risico. Studente sociaal werk Sarah El Massaoudi Verryt aan het woord.

Wat zit er volgens jou achter de visie van Fons Duchateau?

Ik denk dat het een zeer neoliberale visie is die, zeker in Europa, al langer sluimerend aanwezig is. Daarnaast gaat het er volgens mij ook over om de kosten te drukken. Alles moet geld opbrengen en alles moet snel gaan. Binnen sociaal werk of de zorg is dat gewoon niet aan de orde. Op andere vlakken zien we al dat het soms verkeerd loopt: mensen krijgen burn-outs en iedereen loopt zichzelf een beetje voorbij. In de sector die werkt met de meest kwetsbaren is het zeker uit den boze om je zo te richten op winst en snelheid.

Wat zijn volgens jou mogelijke gevolgen als een privébedrijf daklozenopvang zou organiseren?

Ik denk dat het sterk afhangt van welk bedrijf dat is. Ik wil zeker niet alle commerciële bedrijven over dezelfde kam scheren. Volgens mij begint alles bij het opstellen van goede criteria. Als we dat niet doen, vallen de meest kwetsbaren uit de boot en worden de cliënten die het makkelijkste geld opbrengen wel aangenomen en begeleid. Het zullen vooral de meest kwetsbaren zijn die geen aansluiting meer vinden. Dat is niet waar sociaal werk voor staat.

Welke acties zijn er gekomen?

Het Sociaal Werk Actie Netwerk (SWAN) heeft al heel wat acties georganiseerd voorbije zomer. In september was er de grote betoging in Brussel waar de sociaalwerk- is-niet-te-koop delegatie in meeliep. Daarnaast was er ook nog een protest-picknick en een mars naar het Mechelseplein waar de twee hogescholen (Artesis Plantijn en Karel de Grote) en de cvo-scholen aan hebben meegewerkt. Nadien volgden twee ‘uitverkoop-avonden’ voor de OCMW-raad. Er zullen zeker nog acties volgen en ik hoop dat we daar vanuit de hogescholen aan meewerken. Het is belangrijk dat studenten meepraten, zij vertegenwoordigen de volgende generatie.

Die protestmars waar de hogescholen massaal in meeliepen bracht veel mensen op de been. Hoe voelde dat?

Ik zat samen met medestudenten en docenten in de actiegroep van Karel de Grotehogeschool (KdG). Er was veel volk en het was heel mooi om de twee scholen van het Zuid en het Noord te zien komen. Dat was echt een heel krachtig signaal. Vooraf leefde het wel op sociale media, op de campus en op de grote betoging in Brussel. Maar het was belangrijk dat we iets deden in Antwerpen, voor de OCMW-raad waar uiteindelijk de beslissing zou vallen.

In welke mate denk je dat het protest de beslissing van de gouverneur heeft beïnvloed?

In grote mate. Als we het zomaar hadden laten voorbijgaan, dan was de beslissing nu al gevallen. De druk die er kwam door de acties en van de verschillende organisaties heeft invloed gehad op het nakijken van het dossier en uiteindelijk tot de schorsing van de overname door G4S. Ik hoop en ik denk dat het ook een invloed kan hebben op volgende dossiers. Zeker nu ze gezien hebben dat SWAN een brede achterban heeft en dat ook studenten wakker zijn. Ik denk dat ze beter zullen nadenken de volgende keer.

Hoe zie jij het nu verder? Is dit slechts een tijdelijke overwinning?

We hebben een veldslag gewonnen, maar niet de oorlog, zoals ze zeggen (lacht). Vermarkting is een tendens die we niet kunnen ontwijken in onze maatschappij. Ik denk dus dat we niet zozeer tegen vermarkting in het algemeen moeten zijn. Wel moeten we erop toezien dat er meer ingezet wordt op menselijkheid en dat we de kwaliteit niet uit het oog verliezen. Naar mijn mening moeten we in de zorg voet bij stuk houden. De eigenheid van sociaal werk is juist die kwaliteitsvolle hulp en zorg, de relatie tussen hulpverlener en cliënt, het maatwerk en de hulp voor zwakkeren in de maatschappij. Ik denk niet dat we daar compromissen in mogen sluiten.

Men zegt dat vermarkting zal zorgen voor onnodige concurrentie tussen organisaties?

Ja, zeker en vast. Je ziet dat er steeds meer partnerschappen en gezamenlijke projecten ontstaan tussen verschillende organisaties. Als je echter met marktprincipes gaat werken, dan ben je meer concurrent van elkaar. Dan laat je als organisatie minder in je kaarten kijken. Je bent misschien minder geneigd om een goed project uit de doeken te doen tegenover andere organisaties. Maar ik wil ook altijd nuanceren (lacht). Misschien zorgt het er wel voor dat organisaties zichzelf uitdagen en dat ze steeds hun beste beentje voorzetten? Op dit moment zit ik zelf niet in de sector. Ik weet niet hoe het ene opweegt tegen het andere. Als de concurrentie ervoor zorgt dat heel het middenveld stilvalt omdat ze elkaar niet kunnen vertrouwen of samenwerken, ja dan is het niet de moeite natuurlijk.

Zie je het ook lukken zonder vermarkting?

Dat is een begrotingsvraag. Ik wil geloven dat dat wel moet lukken als het geld naar de juiste zaken gaat en als er niet bespaard wordt op mensen. Want dat is wat nu wel gebeurt.

Hoe komt het dat je hier zo door geraakt wordt?

Ik studeer zelf sociaal werk, dus het zou vreemd zijn mocht het me niet raken. Als ik onrecht zie, dan probeer ik daar iets aan te doen. Al is het gewoon door een Facebookpost te schrijven of te delen om mee het bewustzijn te vergroten. Het hoeft niet altijd een actie te zijn. Sociaal werk is iets dat heel de maatschappij aangaat.

Waar kan je van dromen?

Ik droom van een samenleving waarin iedereen op zijn minst in zijn basisrechten en basisbehoeften kan voldoen. Maar liefst meer dan dat. Dat mensen de ruimte hebben om aan hun welzijn te werken. Dat er veel solidariteit en warmte is. En dat uitsluiting, discriminatie en racisme veel minder aanwezig zouden zijn. Ik hoop dat alle mensen die nog positief kunnen zijn, die nog strijdkracht en strijdlust hebben, zeker blijven verder doen. En als zij moe zijn, dat er dan een volgende generatie opstaat. Ik geloof dat er hoop is zolang er mensen zijn die bezig zijn met verzet, en die daarnaast ook al het positieve belichten. Met verzet toon je vooral wat niet goed gaat, maar ik denk dat er heel veel wél goed gaat. Dus als mensen dat blijven zien, is er toch altijd hoop, warmte en solidariteit.

Auteur: Nele Ogiers