Jongeren en de politiek: een haat-liefdeverhouding

De millenials (jongeren/mensen geboren tussen 1990 en 2000) zijn niet geïnteresseerd in de politiek, maar wel op de hoogte van de actualiteit en bereid om te stemmen mochten er vandaag verkiezingen  plaatsvinden. Dat is een van de tien grote bevindingen van de Stichting voor Europese Progressieve Studies (FEPS)  na een grootschalig Europees onderzoek genaamd 'The Millenial Dialogue'. Waarom is deze generatie het minst geïnteresseerd in de politiek? En is het een terechte veronderstelling? Welke rol spelen jongerenpartijen hierin en wat zou gebeuren mochten ze niet meer naar behoren kunnen werken, omdat er geen geld meer is?

Uit een enquête bij 1000 jongvolwassenen in héél België blijkt dat 55% niet erg geïnteresseerd of helemaal niet geïnteresseerd  is in de politiek. Enkel religie en theater staan nog lager op  hun interesselijst. 49% van de bevraagden heeft zelfs het gevoel minder interesse in de politiek te hebben dan de generatie van hun (groot)ouders.

Maar waarom?

Ten eerste vinden jongeren de hedendaagse politieke stromingen nauwelijks inspirerend. Bovendien vinden ze partijpolitieke activiteiten erg onaantrekkelijk. Amper 1 op de 20 bevraagden nam al deel aan politieke bijeenkomsten en slechts 1 op de 10 gaat weleens naar een betoging. Vergelijk: bijna 1 op de 3 jongeren doet aan teamsport. In het algemeen vinden jongeren dat er vandaag de dag weinig te beleven valt op politiek vlak, in tegenstelling tot de domeinen sport, cultuur en kunst.

Ten tweede voelen ze zich niet vertegenwoordigd door (traditionele) partijen, laat staan door hun gemeenteraadsleden of volksvertegenwoordigers. Bovendien vertrouwt maar 1 op de 4 jongeren erop dat hij- of zijzelf en hun leeftijdsgenoten, hun stem kunnen laten gelden. 56% van de bevraagden vindt dat er heel weinig tot geen politici hen aanmoedigen om betrokken te raken bij de politiek.

Ten derde vinden ze dat de huidige politiek nauwelijks, of zelfs niks, voor hen oplevert. Mede daardoor zijn 2 op de 3 jongeren van mening dat hun visie door politici genegeerd wordt. Bijna de helft van de respondenten vindt zelfs dat de oudere generaties bevoordeeld worden door de politici of dat politici jongere generaties willen controleren en beperkingen opleggen.

Desinteresse ≠ apathie

Maar laat je niet misleiden, jongeren willen niet afgeschilderd worden als ongeïnteresseerd of als boos op en teleurgesteld in de wereld. Bijna 9 op de 10 Belgische jongeren voelen zich gelukkig met hun leven en 3 op de 4 zijn optimistisch over de toekomst. Deze cijfers zijn allebei ongeveer gelijk aan het Europees gemiddelde.

Zoals in het begin reeds aangegeven, is de kennis van jongeren over politiek en de actualiteit erg groot. Minstens 7 op de 10 bevraagden zijn zich bewust van alle grote partijen in België, even veel jongeren geven aan dat vooral de economische, ecologische en veiligheidstoestanden van invloed zullen zijn op de levensstandaard in de toekomst. 53%  is van mening dat intolerantie tussen mensen met diverse afkomst zal toenemen. Daarnaast is 32% van de jongeren op de hoogte van de controversiële vrijhandelsakkoorden tussen de Europese Unie en de Verenigde Staten, de zogenaamde TTIP.

Jongeren hebben ook hun eigen prioriteiten.  Als ze in de regering zouden zitten, zouden ze  werkgelegenheid, gezondheidszorg, onderwijs en armoedebestrijding (allemaal openbare uitgaven) bovenaan op het programma plaatsen. Jongeren hebben ook hun criteria die de mate waarin zij een politicus vertrouwen, bepalen. In de Belgische top 3 van ‘kwaliteiten voor een verkozen politicus’ staan eerlijkheid, betrouwbaarheid en intelligentie. Een knap uiterlijk vinden ze een pak minder belangrijk.

Redelijk hervormingsgezind

Op het vlak van verkiezingen zijn jonge Belgen redelijk hervormingsgezind. 42% van de bevraagden vindt het belangrijk om aan verkiezingen deel te nemen, met als belangrijkste reden dat het over hun toekomst gaat. Bovendien denken ze dat het gebruik van moderne technologie hun participatie zal vergroten, vooral als het mogelijk is om online of via een mobiele applicatie hun stem uit te brengen (84%). Stemrecht voor 16- en 17-jarigen vinden ze echter geen prioriteit voor nu.

Zoals eerder aangehaald voelen jongeren zich steeds minder thuis in traditionele partijen, de zogezegde partijen van het establishment. Ze zoeken vaak hun heil bij protestpartijen, soms bij progressieve partijen. Dat fenomeen is ook elders in Europa zichtbaar. In Spanje wint Podemos verder aan populariteit, in Oostenrijk zijn het de Groenen, in Schotland is het de SNP. De Labour Party van het Verenigd Koninkrijk is een uitzondering, aangezien de nieuwe partijleider Jeremy Corbyn steeds populairder wordt, niet alleen bij werklieden, maar ook bij jongeren. Dat werd ook bevestigd in hun partijcongres van eind september, waarin hij weer verkozen werd met een nog hoger percentage dan midden september vorig jaar (61,8% ten opzichte van 59,5%) bij een partij die aanzienlijk groter werd na zijn eerste verkiezing.

Anderzijds treden er rechtse partijen aan die de stem van de ontgoochelde burger vertolken. In Frankrijk is dat het Front National, in Nederland de PVV, in het Verenigd Koninkrijk het UKIP, in Duitsland de AfD en in Oostenrijk de FPÖ. Helaas halen zij meer stemmen bij elke lokale, regionale of nationale verkiezing. Erg onrustwekkend, gezien de manier waarop ze het debat over onder andere migratie en diversiteit voeren.

De #fratsvanGatz

Wij moeten de jongeren een positief alternatief geven voor hoe het er nu aan toe gaat in de politiek. Zaken als onderwijs, gezondheidszorg, openbaar vervoer, armoedebestrijding en milieu- en klimaatbeleid vinden wij als maatschappij erg belangrijk. En daar houden politieke jongerenorganisaties zich vooral mee bezig, ze maken de jongeren warm voor een inclusieve politiek die steeds vooruit moet gaan. Dankzij de subsidies die ze krijgen, kunnen ze onafhankelijk blijven van hun moederpartij, en dat is soms erg belangrijk bij bepaalde kwesties waar jongeren zich nauw bij betrokken voelen – wettelijke vriendschap, onderwijshervorming, softdrugsbeleid, stemrecht, seks, enzovoort.

Door de aangekondigde schrapping van werkingssubsidies voor politieke jongerenorganisaties tegen volgend jaar, staat die onafhankelijkheid op het spel en veel jongeren dreigen de mond gesnoerd te worden. Als dat gebeurt, zal de apathie tegenover de politiek alleen maar toenemen en daar kunnen protestpartijen, maar ook bepaalde rechtse partijen, op inspelen.

De Vlaamse Jeugdraad ziet - net als Jong Groen overigens - het verdwijnen van deze subsidies als een verarming in het jeugdwerklandschap. De politieke jongerenorganisaties zijn “unieke spelers in ons landschap die jongeren politieke vaardigheden bijbrengen, sterk inzetten op debat, diverse meningen opzoeken en expliciet inzetten op burgerschapsvorming”, zo luidt hun reactie over de bewuste beslissing van Vlaams minister Sven Gatz.

Moeten we nog wachten totdat jongeren hun vertrouwen in de democratie volledig kwijtraken?

Hoe staan andere politieke jongerenorganisaties hiertegenover?

Jong CD&V, Jongsocialisten en COMAC (de studentenbeweging van PVDA) verzetten samen met Jong Groen tegen de beslissing van Minister Gatz en roepen op om die beslissing terug te draaien.

Jong VLD treurt deze beslissing niet: “Het is perfect mogelijk om anno 2016 mensen zelf te laten beslissen welke organisaties ze willen steunen, in plaats van de politieke willekeur die er nu heerst. Dat is de beste garantie om te zorgen dat subsidies nuttig terecht komen”, aldus voorzitter Maurits Vande Reyde.

Jong N-VA juicht de beslising zelfs toe. “Weg met de verdoken partijfinanciering via de subsidies voor het jeugdwerk”, dixit voorzitter Tomas Roggeman.

Langs Franstalige zijde hebben zowat alle politieke jongerenorganisaties een carte blanche tegen de beslissing van Minister Gatz uitgegeven: “Les organisations de jeunesse politiques jouent un rôle fondamental pour faire vivre les débats au niveau des jeunes et comme espace dans lesquels ceux-ci peuvent s'impliquer et s'engager!”

Auteurs: Asher Serrana en Caroline Robberechts